Meisje staat op straat met haar haren in de wind

Angststoornis

Heb je het gevoel dat jij je veel vaker druk maakt dan anderen? En kun je maar niet stoppen met piekeren? Misschien heb je last van een angststoornis. Wil je weten wat een angststoornis is, hoe je een angststoornis herkent en wat je kunt doen om van je klachten af te komen? Lees dan verder.

Wat is een angststoornis?

Iedereen maakt zich wel eens ergens zorgen over. Het is dan ook helemaal niet erg om je eens druk te maken over bijvoorbeeld geldzaken, je kinderen, je gezondheid of problemen op werk. Door je zorgen te maken, bereid je je voor op situaties die kunnen gaan komen. Je denkt na over een probleem, de mogelijke gevaren en de mogelijke oplossingen. Maar soms kunnen mensen zich zoveel zorgen maken, dat ze gaan piekeren. Mensen die piekeren denken vaak in ‘cirkeltjes’: ze denken steeds hetzelfde en stellen zichzelf steeds dezelfde vragen. Als je veel en vaak piekert en je je daarbij ook gespannen voelt, noemen we dit een gegeneraliseerde angststoornis, ook wel angststoornis genoemd. Bij een gegeneraliseerde angststoornis hebben je zorgen, in tegenstelling tot bij een fobie, betrekking op verschillende onderwerpen.

Een gegeneraliseerde angststoornis komt voor bij ongeveer drie procent van de bevolking. Een angststoornis begint vaak op jonge leeftijd en verdwijnt zonder behandeling meestal niet vanzelf. De mate waarin mensen hier last van hebben, kan verschillen. Mensen met een gegeneraliseerde angststoornis kennen perioden van maanden of zelfs langer, dat zij er weinig tot geen last van hebben. In andere perioden ervaren ze juist veel angst. Vooral in perioden van stress of ingrijpende veranderingen/gebeurtenissen neemt hun bezorgdheid vaak toe.

Hoe kun je een angststoornis herkennen?

Je kunt een angststoornis als volgt herkennen:

  • Je hebt gedurende minimaal zes maanden last van angst en bezorgdheid voor verschillende situaties of activiteiten.
  • Je ervaart angst die niet in verhouding staat tot het werkelijke gevaar.
  • Je overschat de gevaren van bepaalde situaties.
  • Je onderschat je eigen mogelijkheden om iets te doen tegen mogelijke gevaren.
  • Je vindt het moeilijk om je gevoelens van angst en bezorgdheid onder controle te houden.
  • Je lijkt niet te kunnen stoppen met piekeren.
  • Je voelt je erg gespannen door de zorgen die je hebt.
  • Door het zorgen maken kunnen ook lichamelijk spanningsklachten, zoals concentratieproblemen en slaapstoornissen, ontstaan.

Mensen met een gegeneraliseerde angststoornis komen vaak in een vicieuze cirkel terecht. Het piekeren gaat gepaard met lichamelijke spanningsklachten, zoals concentratieproblemen en slaapstoornissen. Hierdoor ontstaan vaak weer ‘nieuwe’ problemen, zoals een sombere stemming en vermoeidheid. Als gevolg van concentratieverlies en vermoeidheid neemt de kans toe dat ze fouten maken. En daar zijn ze juist zo bang voor. Ook komen mensen met een angststoornis door de klachten vaak niet toe aan bepaalde taken.

Veel mensen met een angststoornis piekeren over de volgende onderwerpen:

  • De angst dat familieleden iets overkomt.
  • De angst om te mislukken of te falen (faalangst).
  • De angst voor ernstige ziektes.
  • De angst om verplichtingen niet te kunnen nakomen.

Mensen met een angststoornis piekeren voornamelijk over de toekomst. Ze piekeren dus niet over wat al is geweest, maar over wat er mogelijk gaat gebeuren. Mensen met een angststoornis vragen zich steeds af of een bepaald ‘gevaar’ zich zal voordoen. Ze doen er vaak alles aan om zichzelf ervan te overtuigen dat het gevaar zich niet voordoet, bijvoorbeeld door geruststelling van anderen te vragen of te controleren. Op korte termijn kan dit geruststellend werken, maar op de lange termijn neemt de angst hierdoor vaak toe.

Hoe ontstaat een angststoornis?

In principe is het normaal om je zorgen te maken, maar mensen met een angststoornis doen dit in extreme mate. De vraag is welke factoren ervoor zorgen dat sommige mensen zich veel meer zorgen maken dan anderen. De volgende factoren lijken hierbij een rol te spelen.

Aanleg voor angst

Je kunt er aanleg voor hebben om angstig te zijn. Dit is vaak al zichtbaar bij baby’s: sommige baby’s schrikken sneller dan andere baby’s. Meestal begint een gegeneraliseerde angststoornis al in je kindertijd. Hoe ouder je wordt, hoe vaker je bezorgd en angstig wordt. Uiteindelijk kun je zo veel last hebben van de bezorgdheid, dat er spanning en lichamelijke klachten ontstaan. Dat is vaak het moment waarop mensen zich beseffen dat ze zich wel erg veel zorgen maken en hulp zoeken.

Manier van denken

Mensen met een angststoornis hebben een manier van denken die ‘gekleurd’ is door gevaar. Zij zien gevaren die anderen die niet altijd zien. Ook overschatten zij de kans dat een bepaald gevaar zich ook echt voordoet. Deze manier van denken ontstaat in de kindertijd. Het is opvallend dat veel mensen met een angststoornis in de kindertijd door hun ouders vaak werden gewaarschuwd voor mogelijke gevaren. Door hun ouders werd op deze manier een beeld geschetst van een onveilige ‘buitenwereld’.

Opvoeding

Ouders die hoge eisen aan hun kind stellen, kunnen hiermee het zelfvertrouwen van hun kind belemmeren. Ook dit kan een rol spelen bij het ontstaan van een angststoornis. Mensen met een gegeneraliseerde angststoornis blijken als kind vaak bang te zijn geweest om te falen of iets niet goed te doen. Vaak gaat faalangst samen met perfectionisme: je wilt iets heel goed doen, waarmee je voorkomt dat je kunt falen.

Wat te doen bij een angststoornis?

Maak je je vaak zorgen? En voel je je hierdoor gespannen? Dan is het verstandig om contact op te nemen met je huisarts. Hij of zij kan onderzoeken of je last hebt van een angststoornis. Blijkt dat je inderdaad een angststoornis hebt, dan kan de huisarts je doorverwijzen naar een psycholoog, om de oorzaak van je angsten aan te pakken.

Dit kun je zelf doen om je klachten te verminderen:

  • Plan vaste tijden om te piekeren. Spreek bijvoorbeeld met jezelf af dat je iedere dag van 20:00 tot 20:30 mag piekeren. Tip: schrijf op dat moment al je gedachten in een schriftje en bekijk vervolgens of je bepaalde thema’s kunt ontdekken. Zo kom je erachter om welke dingen je je het meest druk maakt. Dit kun je dan weer bespreken met je huisarts of psycholoog. 
  • Stel jezelf kritische vragen. Vraag jezelf af wat het ergste is dat er kan gebeuren en wat de kans is dat het gevaar zich voordoet. Zo kom je erachter of je bepaalde gevaren overschat.
  • Formuleer andere gedachten. Verander je gedachten naar gedachten die beter in overeenstemming zijn met de werkelijkheid. Denk bijvoorbeeld: ‘ik krijg niet zomaar ontslag. En als ik ontslag krijg, dan is dat onredelijk en wil ik niet meer bij deze werkgever werken’.
  • Bedenk oplossingen voor problemen. Ben je bijvoorbeeld bang om ontslagen te worden? Bedenk dan je mogelijkheden om snel ander, en soms zelfs leuker werk te krijgen.
  • Ga uitdagingen aan. Doe eens dingen die je eigenlijk eng vindt. Wees bijvoorbeeld eens wat minder perfectionistisch en lever werk in dat volgens jou nog niet honderd procent af is. Op deze manier kun je nagaan of je bange vermoedens uitkomen of dat er niets aan de hand is.
  • Volg een zelfhulpcursus op internet. Op de website zelfhulpwijzer.nl kun je een test doen vind je meer informatie.
  • Beperk het gebruik van stimulerende middelen. Denk hierbij aan het gebruik van alcohol, koffie en medicijnen. Deze hebben vaak een nadelig effect op je welzijn. Gezond eten heeft juist een positief effect op je welzijn.
  • Beweeg regelmatig. Lichamelijk inspanning zorgt namelijk voor ontspanning en afleiding. Ook slaap je vaak beter als je lichamelijk actiever bent.

Wanneer moet je naar de huisarts?

Vind je je eigen bezorgdheid overdreven en/of heb je veel last van je zorgen? Maak dan een afspraak bij je huisarts.

Neem in de volgende situaties ook contact op met je huisarts:

  • Je voelt je gespannen als je je zorgen maakt.
  • Je ervaart lichamelijke klachten als je je zorgen maakt, zoals slapeloosheid en spierpijn.
  • Je wilt het gebruik van rustgevende medicijnen afbouwen.

Het komt regelmatig voor dat mensen de huisarts bezoeken met klachten die voortkomen uit een angststoornis. Denk je dat je klachten mogelijk ontstaan door een angststoornis? Informeer je huisarts hier dan ook over. Naast het verminderen van je klachten kan de huisarts je dan helpen om de oorzaak van je klachten aan te pakken, namelijk de angststoornis zelf. Vaak is hiervoor behandeling door een psycholoog nodig. 

Heb je een vraag of wil je persoonlijk advies? Kom dan langs in de dichtstbijzijnde Etos winkel. Wat je vraag ook is, we staan voor je klaar.

Bekijk winkelmandje

Wij adviseren om Microsoft Internet Explorer 11 en lager niet te gebruiken. Voor veilig en optimaal gebruik van onze website adviseren wij het gebruik van Google Chrome, Microsoft Edge, Mozilla Firefox of Apple Safari.